Historiek

Historiek van de club

Schaatsen doet men al eeuwen, maar pas op het einde van de negentiende eeuw begon men de sport te organiseren. In 1892 stichtte men de ISU (internationale schaatsunie) en in 1893 vond het eerste WK op een ovale 400-meterbaan plaats te Amsterdam. Het werd gewonnen door de Nederlandse sportlegende Jaap Eden. Hij werd nadien nog een paar keer wereldkampioen, niet enkel op de schaats, maar ook op de fiets.
Toen er in België ijshockeyvelden aangelegd waren, oefenden de snelschaatsers hier om zich zo voor te bereiden op langebaanwedstrijden. Er werden op deze korte banen zelfs wedstrijden georganiseerd, vandaar de naam “short track”. De echte doorbraak kwam er nadat shorttrack een olympische discipline werd op de Olympische Winterspelen in Albertville (1992).

Shorttrack is, gezien het grote aantal hockey-ijsbanen in heel de wereld, voorbestemd om een veel mondialere sport te worden dan het langebaanschaatsen. De sport wordt in de vijf werelddelen beoefend. De laatste jaren komen naast de Aziaten (Korea, Japan, China, Taiwan) de Canadezen, de Amerikanen en de Italianen erg sterk opzetten. Tot op vandaag is hier bij ons de mediabelangstelling evenwel schoorvoetend achterop gebleven.
De Leuvense club werd in 1983 opgericht door een aantal Vlaamse en Waalse schaatsers. Om communautair gekrakeel te vermijden gaf men de club een Engelse naam: “Easy Riders”. In de jaren tachtig telde de club onder zijn leden shorttrackers met internationale allure: Bert en Peggy Discart, Geert Blanchart (in ’88 Europees goud op de 1500 m, en zilver allround), Jan Cuypers, Patrick Thijs en Johan van Roy. Er volgden een paar jaren van onopvallende aanwezigheid in de schaatswereld, maar de club wist zich te herpakken onder de leiding van de dynamische voorzitters en trainers Jef Thijs, Denis de Bruyn, Louis van de Leest en Jan Gysel. Midden in de jaren ’90 breekt Stijn Turcksin door op wereldvlak. Een gebrek aan degelijke omkadering maakt evenwel een eind aan de carrière van deze talentrijke Easy Rider.

Eind jaren negentig laten de Easy Riders zich weer gelden op nationaal en internationaal vlak. De juniorenaflossingsploeg (Jelle De Bruyn, Jelle Houbrechts, Pieter Gysel en Thomas De Witte) is Belgisch kampioen 2003. Pieter Gysel (Belgisch kampioen 2000, 2001, 2003, 2004 en 2005) haalt de top vijf op het Europese kampioenschap in 2002, 2003, 2004 en 2005. Met Gysel zijn de Easy Riders vertegenwoordigd op de Olympische Spelen in Salt Lake City (2002). Op het EK 2006 staat hij met brons op het allround podium, en in 2007 evenaart hij op het EK in Sheffield het zilver van clublid van weleer Geert Blanchart. Samen met zijn clubgenoten Jelle De Bruyn en Dries Celis en met Wim De Deyne (Brugge) vormt hij het Belgische team op het EK 2005 in Turijn. Het team schaatst zich verdienstelijk naar de vijfde plaats, en hoopt zich te kunnen plaatsen voor deelname aan de Olympische Winterspelen 2006. Dat lukt net niet. Pieter Gysel beantwoordt voor de tweede keer aan alle BOIC-criteria, en stelt ook in de kwalificatiewedstrijden zijn startposities voor de drie afstanden veilig. Op de 500 meter en de 1500 meter krijgt hij het gezelschap van Wim De Deyne.

In 2005 krijgen de Easy Riders het ergste te slikken dat een schaatsclub kan overkomen: zij kunnen vanaf oktober geen ijs meer huren op de Leuvense ijsbaan. Reden: de activiteiten van de kunstschaatsclub en vooral van de uit zijn voegen barstende ijshockeyclub zijn veel winstgevender in cafetaria en restaurant. Er wordt wanhopig gezocht naar alternatieven. In het seizoen 2005-2006 kan de club amper zeven keer het ijs op in Poseidon (Woluwe), in het seizoen 2006-2007 lukt dat twaalf keer. In 2007-2008 kan er een keer per week getraind worden. Het accent ligt nu op schaatsinitiatie en recreatie. Het blijft evenwel uitkijken naar de bouw (2010?, 2011?)van een nieuwe dubbele (?) ijsbaan in Leuven.

In die omstandigheden haakten een aantal competitierijders af. Gelukkig konden onze professionals en semi-professionals (Jelle De Bruyn, Thomas De Witte, Dries Celis en Pieter Gysel) al van in 2004 bijna dagelijks terecht op de Bloso-ijsbaan van Hasselt met trainer-coach Jeroen Otter. De recreanten gaan voor hun sport hoofdzakelijk naar Liedekerke. en ook wel eens naar de lange banen van Breda en Geleen. Het professonele nationale team verhuist in 2006 naar Heerenveen, en in de tweede helft van 2007 werken zij aan hun shorttrackconditie in het mekka van de schaatssport: Calgary. Van het eerder genoemde viertal is enkel nog Pieter Gysel op het topniveau actief.

Schaatsen in Brussel